wildwater techniek organisatie tochten

Organiseren wildwater tochten

veiligheid bij vervoer van de boten

Inleiding

Ieder jaar worden er vanuit het wildwater commissariaat van K.V. de Batavier wildwater dagen, weekeinden en zelfs hele weken georganiseerd. Omdat deze activiteiten vaak ruim van te voren gepland worden, gebeurt het wel eens dat er helaas geen water (genoeg) is om te varen. Gelukkig is het tegenovergestelde ook wel eens waar; veel water terwijl er niets gepland is.

Vanuit de club proberen we een zo gevuld mogelijk vaarprogramma aan te bieden. Daarnaast proberen we via diezelfde clubactiviteiten zoveel mogelijk leden actief te betrekken bij de organisatie van deze activiteiten zodat je als club niet afhankelijk bent van een paar personen die steeds weer de kar trekken maar kunt bouwen op een brede laag vaarders die ook de organisatie van een wildwater activiteit kunnen doen. Hiermee verlagen we ook de drempel om een "wilde" activiteit te organiseren op een dag dat er niets op de vaarkalender staat. Dat is tenslotte het doel: Zelfstandig de mooiste rivieren van Nederland, de rest van Europa en zelfs de hele wereld kunnen bevaren.

Deze handleiding ondersteunt bij het organiseren van wildwater activiteiten.

Waar draait het allemaal om?

  1. Voldoende water in de juiste rivier

  2. Voldoende en de juiste medevaarders

  3. De juiste boten

  4. De juiste vaaruitrusting

  5. Voldoende vervoer

  6. Ruimte voor overnachting

  7. Afspraken ter plekke

  8. enkele vaartrajecten

  9. boeken, kaarten en telefoonnummers

In de volgende hoofdstukken worden deze onderwerpen zoveel mogelijk uitgewerkt. Ik pretendeer hierbij absoluut niet volledig te zijn.  Aanvullingen op dit stuk zijn altijd welkom zodat het een levend document blijft. Geef daarom commentaar en aanvullingen door aan de wildwater commissaris. Wie dat op dat moment ook is. De meest recente versie van dit document is altijd op de website te bekijken.

Voldoende water

Dit is er vaker dan je denkt !

Het inschatten van vaarmogelijkheden is iets wat je niet in een schrijven als dit zo kan neerzetten zodat na lezen precies duidelijk is wanneer er wel en wanneer er niet gevaren kan worden. Als hulp echter het volgende:

Zeer belangrijk voor de Ardennen zijn de waterstanden zoals deze bijgehouden worden via de internet site van de Nederlandse Kano Bond http://www.slalom.nl/peil.html (de gegevens worden van de Belgische teletext gehaald bij http://www.rtbf.be teletexte page 520).

Het belangrijkst is de waterstand van de Lesse bij peilschaal Gendron en die van de Ourthe bij peilschaal Nisramont. 

Op diezelfde pagina (even wat verder doorbladeren) wordt uitgelegd wat de minimum, en hoog-water standen zijn voor de diverse wildwater trajecten die in de Ardennen bevaren mogen worden. Mijn ervaring leert dat de minimum advies waterstand die de NKB opgeeft gehanteerd moet worden als echte minimum stand. Hanteer je de Belgische minimum norm dan moet je vaak klnen.

Kijk zelf regelmatig op de NKB site op internet of vraag naar waterstanden op de clubavond zodat je een beetje op de hoogte bent van de huidige waterstanden, en je al enigszins een inschatting kunnen maken van wat er mogelijk zal zijn.

Voor de Eifel is er een andere peilschaal op het internet die ook via de web-site van de NKB bereikt kan worden via  http://www.kanu-nrw.de/cgi-bin/pegel/resultPEGEL.php3 Hier staat een hele lijst met peilschalen die allemaal weer aangeven welke delen van de diverse rivieren bevaarbaar zijn. De peilschalen worden iedere dinsdag en vrijdag bijgewerkt. In het boek Kleinflussfhrer fr Nordrhein-Westfalen vind je bij de verschillende trajekten aangegeven wat de minimumstand van de betreffende peilschaal moet zijn. De Telefon-Pegeldienst die in dat boek vermeld staat is vervangen door de hierboven genoemde internet pagina.

Combineer altijd de waterstanden met de weerberichten en de standen van de afgelopen dagen. Probeer ook altijd te onthouden welke peilschaal-standen er waren tijdens eerdere tochten en wat je toen van het water vond, te laag, laag, gemiddeld, hoog, te hoog.

Voor beide gebieden geldt in de winter dat vorst problemen betekent. De waterstand gaat dan (tijdelijk) met sprongen omlaag omdat het water reeds in de weides en bossen bevriest en de rivier niet meer bereikt. Dooi moet snel doorzetten omdat anders het water te langzaam wegloopt. Dooi met regen na een sneeuwrijke periode betekent grote hoeveelheden water (het beroemde warm water regenen).

Denk bij het beoordelen van dooi of vorst eraan dat de temperatuur op de hoge venen en in andere delen van de Ardennen vaak 4 tot 5 graden lager is. Via dezelfde website van de NKB kun je ook het weerbericht voor Belgi bekijken.

Het verval van een rivier is uiteraard ook sterk bepalend voor zijn waterstand; de Rur (bij Monschau) heeft veel meer verval dan de Ourthe en zal daardoor ook veel sneller leegstromen. De Rur staat er om bekend dat per regenloze dag het peil wel met 30 cm of meer kan delen, zeker als het gaat vriezen, dan bevriest ook al het water dat nog her en der in de bossen en weiden op weg is naar de rivier.

Het Eifel gebied heeft een veel stenigere bodem. Daardoor werkt het gebied minder als een spons (zoals de Ardennen) en loopt het water veel sneller weg.

Een rivier als de Hogne (WW 4), de topper van de Ardennen, heeft voor een bevaarbare situatie in korte tijd zeer veel water nodig en zal na een regenloze dag vrijwel zeker niet meer bevaarbaar zijn. Het verval van deze rivier is namelijk 33 promille. Wil je berhaupt een kans maken op de Hogne, dan moet het noodweer zijn op de hoge Venen in de Ardennen of het moet extreem hard dooien, warm water regenen, bij een dikke laag sneeuw. Tot nu toe weet ik slechts van n enkele batavieren-bevaring in de afgelopen 14 jaar.

Terug naar de inhoud

Favoriete Eifel en Ardennen trajecten

Waterstand ervaringen met betrekking tot "beroemde" batavier trajecten:

Zie Eifel en Hunsrck  voor meer informatie.

De minimale adviesstanden van de NKB kloppen aardig maar zijn wel het absolute minimum. Lager moet je het absoluut niet hebben.

  • Midden Lesse. Perfect om met beginners naar toe te gaan. In de winter moet je minimaal 8 m3 op peilschaal Gendron hebben en dat is echt al heel laag.

  • Hulle (helaas, mag niet meer). Minimaal 40 m3 op peilschaal Gendron en dan stijgend. Bij 65 m3 op peilschaal Gendron is hij op zijn mooist. Dan echter alleen geschikt voor enigszins geoefende vaarders die hun kleine, krappe, keerwaters zeker halen.

  • Boven Lesse. Boven 70 m3 op Gendron begint hij regelmatig buiten z'n oevers te raken en verliest daardoor aan kracht. Juist wanneer een rivier net binnen de bedding blijft heeft hij de maximale snelheid en is hij vaak op z'n mooist.

  • Boven Rur. Peilschaal Dedenborn tussen 90 en 150 op z'n mooist. Alleen onder begeleiding van gevorderde vaarders en zeker niet geschikt voor beginners. Boven de 120 op gaan passen met de stuwen. Onder de 60 cm kan nog wel maar is krabben door het bos. 30 tot 60 cm is een mooie stand om vanaf de Perlbach door Monschau te varen om daarna door te varen tot aan Hammer. De beginners kunen dan ook mee maar stappen pas aan het dorpseinde van Monschau in.

  • Salm. Dit is een moeilijke, er is geen goede peilschaal in de buurt. Hiervoor moet je dus het peil van de maas en Ourthe in de gaten houden. De peilschaal van de maas moet bij Ampsin minimaal 250 m3 hebben en daar mag zeker geen snel dalende tendens in zitten.

Water in de juiste rivier?

De gouden regel voor de voorbereiding van een wildwatertocht is: Houdt de peilschalen en het weerbericht in de gaten en zorg dat je weet welke peilschaalstand bij welke waterstand op welke rivier hoort. Zorg dat je weet welk niveau je met welke vaarders aan kan, ben je de beste van een stel Batavieren dat wil varen, kies dan altijd een rivier uit die jij zelf wel goed aan kan. Zijn er meer ervaren vaarders bij, dan kun je al eventueel een trapje moeilijker proberen, stem dit echter altijd af met je medevaarders en zeker met de meest ervaren vaarder omdat die toch altijd de verantwoording blijft dragen. Twijfel je over wat wel en niet bij een bepaalde waterstand kan, raadpleeg dan een ervaren vaarder, je moet in ieder geval altijd op de wildwater commissaris terug kunnen vallen voor advies.

Alpen

Denk eraan dat wanneer je een activiteit in de Alpen organiseert je voorzichtiger moet zijn. Wildwater II in de Alpen moet je vergelijken met Wildwater III in de Ardennen. In de Ardennen vaar je meestal rivieren voor de derde of vierde keer. In de Alpen is het bijna altijd de eerste keer en zijn de details van de tocht meestal niet bekend.

Meer informatie over de Rivieren in de Alpen vind je in de bibliotheek van de Batavier waar de Duitse Flussfhrers van alle Wildwater gebieden in Europa aanwezig zijn. Ook op internet vind je meer informatie over de Alpen en de daar aanwezige peilschalen. Zie hiervoor het hoofdstuk Wildwater informatie op het Internet

Medevaarders

Zie ook: Veiligheid wildwater

Die gekken zijn er genoeg. Hoewel! Zo af en toe zitten ze in een dipje en moeten ze wakker gemaakt worden, doe dat op de clubavond, in het zwembad of bel ze direct op.

Het belangrijkste is: laat altijd aan zoveel mogelijk vaarders weten dat je wilt gaan varen !

Hoe vaker je iemand vraagt of hij of zij zin heeft om mee te gaan hoe vaker zal hij of zij ook jou weer vragen om mee te gaan varen.

Ook belangrijk is het noteren van je naam en telefoonnummer op de wildwater bellijst die altijd in het clubhuis hangt. Die lijst kun je dan zelf altijd weer gebruiken om even een aantal potentile deelnemers te polsen. Er zijn mensen die heel kort van te voren pas kunnen zeggen dat ze mee kunnen en een ander moet het weken van te voren plannen, de volgende kan alleen op zaterdag enz. enz... Dit leer je snel genoeg evenals je snel door hebt wie er altijd wil maar uiteindelijk bijna nooit meegaat.

Belangrijk is dat je ongeveer 4 mensen hebt al is het maar voor de tweede auto, die het op en neer rijden vereenvoudigd. Op sommige korte maar toch heel interessante speelstukken kun je met een enkele auto volstaan omdat de chauffeur van het eindpunt gewoon terug kan komen lopen. Voorbeelden daarvan zijn uiteraard de slalombaan van HohenLimburg waar beginpunt en eindpunt hooguit 500 meter uit elkaar liggen, het laatste deel van de Erft waar de chauffeur maximaal 3 kilometer terug moet lopen en bij hoog water de Rur in Monschau waar de chauffeur van achter het dorp terug moet lopen naar het instappunt op de Perlbach, hooguit 2 kilometer.

Kies bij hevige kou geen rivieren die op het randje van je kunnen liggen, het gevaar van onderkoeling ligt dan wat eerder op de loer.

Neem geen beginners mee op een te moeilijke rivier. Neem per 3 beginners altijd een ervaren vaarder mee. Dat hoeft geen topper te zijn maar wel een vaarder die het betreffende vaartraject "met twee vingers in z'n neus" kan varen en dus z'n aandacht op de beginners kan richten. Maak hier altijd duidelijke afspraken over.

Let bij slecht weer of mensen wel voldoende vaaruitrusting hebben om mee te kunnen. Denk hierbij aan behoorlijke schoenen, een goed passend neopreen pak met anorak, een goed isolatie shirt eronder. Eventueel een muts. Dit om potentile onderkoeling buiten de deur te houden. Zie hiervoor ook het hoofdstuk Kleding

Terug naar de inhoud

Boten

Zie ook: Veiligheid wildwater

Zeer veel mensen hebben zelf een complete uitrusting (en varen er te weinig mee) en voor het geval dat er iets ontbreekt is er altijd wel wat te lenen. Bij de materiaalmeester is ook van alles te huur. Bespreek dit van te voren en bedenk niet op het laatste moment dat je ook nog in het clubhuis moet zijn, waarvan je op dat moment geen sleutel hebt !! Let op dat iedereen in een voor hem / haar geschikte boot vaart op een traject dat ook voor de betreffende boten geschikt is. Met polyethyleen kan vrijwel alles gevaren worden maar als er "polyesther vaarders" bij zijn controleer of ze tape mee hebben genomen voor het geval dat ze een "kreukel" in de boot varen. Ga met een polyester slalomboot bijvoorbeeld niet met redelijke lage waterstand de Salm door het dorp Trois Ponts of de Boven Rur vanaf Reichenstein varen. Dat red je dan niet met wat aluminium tape.

Met de huidige hausse van korte Rodeo-bootjes moet ook beoordeeld worden of een rivier bij een gegeven waterstand niet te hoog wordt voor een wat minder ervaren vaarder in een speelbootje. Loopen met zo'n boot is leuk maar als dat steeds gebeurd zonder dat je het zelf wilt en het ook niet onder controle hebt, dan is de lol er snel af en kan het gevaarlijk worden. Het mooie van die Rodeo bootjes is echter weer wel dat op een rivier waar niet zo heel veel spektakel in zit (bijvoorbeeld de Erft en de Midden Lesse) dan wel heel veel capriolen uitgehaald kunnen worden.

Luchtzakken

Luchtzakken achterin een boot zijn eigenlijk verplicht!

Het komt regelmatig voor dat op een weekeinde met een stevige waterstand er een van de vaarders gaat zwemmen op Boven Rur, Boven Lesse, Salm of Hulle en zijn boot niet vast houdt of kan houden. Heeft zo'n boot nu netjes opgeblazen luchtzakken, dan kan een van de andere vaarders, ook op een smalle snelstromende rivier deze nog wel aan de kant varen en met hulp bergen. Zitten de luchtzakken er niet in of zijn ze lek of niet opgeblazen dan blijft de boot net onder water en begint met zo'n 200 tot 300 kilo water in z'n bast aan een geheel eigen triomftocht waardoor soms kilometers verder deze pas geborgen kan worden. Meestal door de boot klem te varen tegen een boom of rotsblok. Dit met alle risico's voor de bergers en het materiaal.

Luchtzakken voorin, voor de voetensteun is mooi, maar is bij veel nieuwe boten niet mogelijk. Dit levert alleen bij boten als Taifun Canyon, Slalom en Invader wat exhtra drijfvermogen op.

Bijkomend voordeel van luchtzakken is dat je boot er steviger door wordt.

Denk er bij verwacht warm (zomer in de Alpen) weer aan de luchtzak niet te strak op te blazen, de lucht zet dan uit met als mogelijk gevolg vervorming van boot of kapotte luchtzak.

Terug naar de inhoud

Vaaruitrusting

Zie ook: Veiligheid wildwater

Reddingslijnen, EHBO, Reserve peddel

Denk naast de boot ook aan een reddingslijntje (15m) en EHBO set per vaargroep. Ga je in de Alpen varen, dan is een reddingslijn en EHBO set per persoon, iedereen moet tenslotte kunnen helpen, en een reserve peddel per vaargroep gewenst. Een lange reddingslijn kan in de Alpen geen kwaad, die leuke Ardennenlijntjes van 15 meter zijn lang niet altijd toerijkend op een rivier van veel meer dan 10 meter breed.

Waarom geen reservepeddel in de Ardennen mee? Vooral omdat het risico op peddelbreuk en kwijtraken daar wat minder groot is en de bewoonde wereld vaak wat makkelijker te bereiken is. Raak je je peddel echter kwijt na de eerste 4 kilometer Hulle dan moet je hoe dan ook 4 kilometer door het bos met je boot op je nek naar begin of eindpunt sjouwen. Een reserve peddel in de laatste vaargroep is dan handig. Gezien de huidige trend van korte bootjes wordt het voor de materiaalmeester een interessant project een deelbare peddel in 3 delen te maken.

Zorg dat de EHBO set voorzien is van een reddingsdeken (4 Euro bij Spac sport). Je kan er beter mee verlegen dan om verlegen zitten.

Controleer de EHBO doos regelmatig, vooral als je hem permanent in de waterdichte zak laat zitten. Misschien is er per ongeluk toch water in gekomen. Zo was mijn reddingsdeken gaan roesten waardoor deze niet meer te gebruiken was.

Kleding

Zie ook: Veiligheid wildwater

Controleer bij tochten altijd of iedereen de juiste kleding heeft. Let vooral bij beginners er op dat in de winter met deugdelijke kleding wordt gevaren. Dus geen T-shirt met daaroverheen een regenjas. Zwemmen bij de eerste en tweede bocht en je hebt een potentieel onderkoelingsgeval in de groep. Hieronder een overzicht:

Schoeisel: Ideaal is natuurlijk de kanoklimschoen of wildwaterschoen die naast een goede isolatie ook veel stevigheid biedt als je eens een keer over de ongelijke ondergrond van een rivierbedding of oever moet sprinten. Helaas, ze zijn ook duur. Een gewone surfschoen voldoet ook. Is het extra koud die dag, dan doe je er gewoon een paar wollen sokken onder. Beginners die nog geen uitrusting hebben moeten kiezen voor wollen sokken of sokken van thermisch materiaal (Lifa, Smelly Hansen, ...) en daaroverheen stevige gymschoenen die nat mogen worden.

Surfpak: Een Long John is een van de eerste noodzakelijke aanschaffen. Een eerste beginnerstocht bij niet al te koud weer (boven de 15 graden) kan nog met wollen onderbroek en regenjack. Dan moet je al niet te vaak omgaan. Alleen een surfpak houdt de lichaamswarmte voldoende lang vast. Zorg dat zo'n pak goed zit, strak, maar niet zo strak dat er geen isolatie shirt meer onder kan. Ook moet het jack niet te hard trekken op de schouders en niet schuren onder de oksels. Verder mag het pak rond het middel best wat strak zijn om de vaarder op leeftijd wat eleganter te doen uitkomen.

Onderkleding: We zweren tegenwoordig bij isolatie shirtjes van Lifa, Smelly Hansen, odlo of weer een ander merk. Kersten wielersport in de Hezelpromenade heeft hele goedkope van ca. 10 Euro. Deze prikken echter wat meer dan de veel duurdere exemplaren. Een ouderwetse wollen trui kan ook, die jeukt echter wel als de ziekte. Een katoenen T-shirt is absoluut uit den boze, eenmaal nat blijft katoen koud. Je blijft daardoor afkoelen. Liever blote huid dan een katoenen shirt!

Kano jack: Voor beginners kan een regenjack de eerste tochten goed voldoen. Mouwen kun je eventueel dicht-tapen, maak je geen illusie, het water komt er toch wel in. Ga je echt vaker dan is een kanojack met liefst waterdichte sluitingen aan mouwen, hals en middel erg prettig. Je kan dan eens een keer op je kop gaan zonder direct doorweekt te zijn. Goedkoop zijn deze jacks echter niet (meer dan 100 Euro). Heb je een jack met Latex sluitingen, onderhoudt deze dan goed met talkpoeder, trek een jack niet aan terwijl je je horloge nog om hebt en knip tijdig je nagels. Een nieuw manchet er op laten zetten kost minimaal 20 Euro.

Helm: Noodzakelijk. In het begin lenen van de club, om je heen kijken wat bevalt en een goede kopen. De helm moet goed om het hoofd sluiten, zeker het voorhoofd goed beschermen, daar ketsen we het meest mee tegen de rotsen en je moet er ook nog wat mee kunnen horen. Zonder helm mag je niet mee!

Spatzeil: Noodzakelijk, in het begin leen je een plastic exemplaar van de club, koop je eenmaal een eigen boot, dan koop je daar meestal een neopreen spatzeil bij.

Zwemvest: Ook deze is verplicht, zonder zwemvest, eigenlijk alleen maar een zwemhulp, mag je niet mee. Hier zijn zo veel varianten mogelijk, eerst lenen en uit proberen bij de club, daarna zelf een goede kopen. Zorg dat er een zak op zit voor een paar koekkies voor onderweg.

Muts en handschoenen: Is het echt koud, onder nul, of ben je gevoelig voor kou, dan is een muts en/of handschoenen aan te raden. Hiervoor geldt eigenlijk hetzelfde als voor de andere kleding: Muts van wol of isolatie materiaal (Fleece of zo), let er op dat hij wel onder je helm past. Handschoenen moeten vooral wind en spatwater tegen houden. Sommige zweren bij neopreen handschoenen (15 Euro bij Kersten wielersport) , deze zijn echter voor veel peddels weer te glad, die glibbert dan zo uit je klauwen. Experimenteren dus.

75% van alle warmteverlies geschiedt via de mens zijn extremiteiten (handen, voeten en hoofd). Pak je je hoofd goed in, dan is mijn ervaring dat je veel minder moeite hoeft te doen om je handen warm te houden.

Bril: Heb je zo'n prothese, weet dan waar je aan begint, het kreng beslaat, zit vol met druppels etc. etc. Sportlenzen voldoen veel beter, deze zijn zo groot dat ze onder water niet uit je oog kunnen rollen. Wordt het toch een bril, zorg dan voor een sportbril met van die kettingen om je oren of zorg voor een deugdelijke kabel waarmee je de bril aan je hoofd vastlegt. Anders wordt omgaan een dure hobby.

Neusklem: Plan je vaak ondersteboven te gaan en heb je gevoelige luchtwegen, dan kan een neusklem uitkomst bieden. Ik heb na een dagje rodeo-en zonder neusklem steevast weken lang last van mijn oren en overige holtes. Enige plaats waar het niet uitmaakt, maar goed ook want de neusklem wordt toch meestal van je hoofd gerukt, is de branding waar het zoute water en absoluut reinigende werking heeft. Je druipt uren later nog na!

Voedsel

Wildwatervaren is een intensieve sport die beoefend wordt in vaak koude weersomstandigheden. Naast de fysieke inspanning moet het lichaam zichzelf ook nog warm houden. Extra voedsel als brandstof is dus vaak gewenst. Neem liever te veel dan te weinig mee.

Tips zijn:

Thermoskan met heet water, wat zakjes cup a soup en je hebt soep in de pauze.

Noten, musli koekjes in het zakje op je zwemvest.

Van tevoren goed eten.

Gematigd alcoholgebruik de avond van tevoren help ook, maar ja, in Belgie is het bier lekker.

Terug naar de inhoud

Vervoer

Zie ook: Veiligheid wildwater

De ervaring leert dat vaak dezelfde mensen willen rijden en meestal is het dan ook geen probleem om voldoende vervoer te vinden.

Maar ook met een grote auto is 4 man/vrouw een absoluut maximum daar er meestal ook nog wat voedsel mee gaat. Op de moderne imperiaal gaan meestal toch maar drie dikke boten naast elkaar zodat het logisch aantal inzittenden op die manier beperkt wordt.

Beginners slepen veel mee en gevorderden willen nog wel eens een tweede "neopreentje" meenemen zodat ze de tweede dag ook iets droogs hebben om aan te trekken !!

Drie personen per auto (plus drie boten op het dak) is mooi en een tweede auto voor het op en neer rijden is helemaal mooi maar het kan ook met een fiets of zoals hiervoor al aangegeven, op sommige stukken lopend. In de Alpen zijn er bekende trajecten waar de bus van uitstappunt naar instappunt gaat (Lieser) of een trein (Vorderrhein).

Ruimte besparend zijn afdekzeiltjes op de boot. Hierdoor kunnen lichtgewicht zaken als reddingsvest, anorak en helm in de boot worden vervoerd. Let wel op de kwaliteit van de dakdrager zodat die niet te veel belast wordt.

Bespreek van te voren hoe de kosten van het vervoer verrekend zullen gaan worden, dat voorkomt problemen achteraf.

Terug naar de inhoud

Overnachting

Probeer dit gelijktijdig met het informeren naar de waterhoogte te regelen. De laatste tijd zitten we vaak in jeugdherbergen, die zijn in Belgi veelal zeer recentelijk gerenoveerd en perfect in orde. De overnachtingsprijs is alleszins redelijk en men kijkt niet vreemd op van een "zootje kanors".

Een andere goede mogelijkheid is het huren van een caravan of hut.

De jeugdherbergen zijn vaak kort van te voren nog te bespreken echter voor een caravan of hut moet je zeer bijtijds zijn.

In de Eifel hebben we nog niet veel ervaring, maar een feit is dat de jeugdherberg van Cochem niet meer bezocht zal gaan worden.

Als je iets regelt voor een groepje mensen maak dan duidelijk dat ook wordt verwacht dat ze ook werkelijk mee moeten gaan en dat ze bij afzeggen kosten moeten gaan betalen voor de gekozen accommodatie.

Laat laatkomers zelf hun accommodatie regelen anders blijf je naar het buitenland aan het bellen.

Terug naar de inhoud

Ter plekke

Zie ook: Veiligheid wildwater

Bespreek samen welk traject je wil gaan varen en vertel dit tegen iemand die achterblijft. Let op het niveau van je medevaarders en de weersomstandigheden.

Ook al is een traject maar 5 km je kan er best 4 uur op varen/spelen

Spreek af wie met elkaar zullen gaan varen en wie voorop en vooral ook wie achterop vaart. De een na laatste vaarder heeft de verantwoordelijkheid voor de laatste vaarder.

Spreek af waar je wil rusten en mogelijk ook een tijd.

Wie iets als een helm of schoentjes heeft vergeten is een grote stommeling als hij/zij toch gaat varen. Hij/zij zal zich moeten realiseren dat er anderen in gevaar kunnen komen door het vergeten van belangrijke spullen.

Mocht de betreffende persoon in nood komen zal hij/zij niet raar moeten kijken als er niet geholpen wordt.

Spreek signalen af voor: noodstop en opletten gevaar.

Zorg dat de voorste vaargroep de (reserve) sleutels van alle auto's heeft zodat iedereen kan omkleden (zeker in winterse omstandigheden) en in geval van nood met de auto weg kan.

Terug naar de inhoud

Enkele vaartrajecten

gedetailleerde informatie over de Eifel en Hunsrck

Ardennen

Rur:

6 km, in: wegbrug Kalterherberg-Mtzenich (Reichenstein), uit: Monschau, achter het dorp 

Peil: Dedenborn 80 cm 2-3, hoog water 3-4

Rur:

10 km, in: Perlbach boven Monschau, uit: Wegbrug Hammer Dedenborn

Peil: Dedenborn 50 cm 1-2, hoog water 2-3

Boven Lesse:

9.6 km, in: wegbrug Massin-Transinne, uit: Wegbrug Redu-Daverdisse. Uitstapplaats of lunchplek halverwege bij picknickplaats in Lesse.

Peil: Gendron 30 m3 2-3, Hoogwater (60 m2) WW 3

Midden Lesse:

10.3 km, in: Wegbrug Redu-Daverdisse, uit: brug bij Chanly. Uitstapplaats of lunchplek halverwege bij "Passerelle Maria"in Halma.

Peil: Gendron 15 m3 1-2

Salm:

8 km, in: Vielsalm, uit: Parkeerplaats voor Trois pont

Peil: Ampsin 250 m3 2-3

Zie verder de diverse boeken in de bibliotheek.

Denk aan de vaarverboden in Belgi. Deze staan geheel beschreven op die betreffende website van de NKB.

Terug naar de inhoud

Overnachtingen

(Jeugd)herbergen

Champlon: 00-32 (0)84 455294

Malmedy: 00-32 (0)80 338386

Sankt Vith: 00-32 (0)80 229331

Monschau: 00-49 (0)2472 2314 (zum Burg) (zie ook gedetailleerde informatie over de Eifel en Hunsrck)

Campings & chalets

Chalet Houffalize 00-32 61 88157 (niet vertellen dat je een kanor bent, dan willen ze je niet)

Volgende campings/parken verhuren huisjes:

Chalet weekend in Stoumont 00-32 80 785950 

Camping Bergueme van Luc Zwijssen in Berguemme 00-32 84 455443

Camping Tonny in Tonny (Amberloup) aan de Tonny 00-32 61 688285

Camping Les Melezes in Gedinne 00-32 61 588560

Camping Chasse et Peche in Houffalize 00-32 61 288314

Camping la Roptai in Ave et Auffe 00-32 84 388319

Camping Hertogenwald in Eupen 00-32 87 743222

Zie ook gedetailleerde informatie over de Eifel en Hunsrck voor campings in Duitsland en Luxemburg