Cannobino kloof 20110612
Film van de Cannobino kloof:
Half acht eruit, de anderen wakker gemaakt en klaarmaken voor vertrek. Plan is om naar het Lago Maggiore te rijden en daar de Cannobino kloof of de Verzasca te gaan varen, al naar gelang de waterstand.
De troepen zijn na een zwaar avondje tafelen moeilijk op gang te krijgen, maar om negen uur zijn we op weg en een dikke twee uur later staren we vanaf het kerkje van Sint Anna naar het laatste verval in de Cannobino kloof. Is het genoeg, te veel of te weinig? Ten opzichte van vorig jaar lijkt het heel laag en ik waarschuw de anderen dat het een serieus lage stand is en als we pech hebben is het af en toe meer canyoning dan varen.

Maar ze hebben al zoveel over deze kloof gehoord; 4 kilometer kloof; eenmaal erin kun je maar een kant op, stroomaf; loodrechten wanden tot wel 100 meter hoog; ook nog wildwater 4 en 5 met dwang passages, al naar gelang de waterstand. De mannen willen erin. Het is goed om hem de eerste keer dan maar eens met laag water te varen, een verkenningsvaart zullen we maar zeggen. Voor Harry, Frits en Cees dan, ik heb dit in 1991 al eens gevaren, blind achter 3 zwitsers aan die de weg kenden (zie verslag verzasca en cannobino 1991).

Eenmaal begonnen sluit de kloof zich direct om ons heen en de pasages dienen zich aan, bij deze lage waterstand zijn ze aardig stenig en lijnen varen is moeilijk. Het lijkt niet altijd op varen.

Een van de passages pak ik aan de verkeerde kant, het is veel te stenig en kan uiteindelijk alleen nog maar achteruit de passage (nou ja, keien is een beter woord) af. Kleng! Mijn peddel slaat diagonaal vast tussen de wand en een overspoelde steen en daar hang ik aan mijn peddel, die zit muur en muurvast, ik wrik en trek maar er is geen beweging in te krijgen, de peddel moet stroomopwaarts geduwd worden, maar ja, hoe doe je dat als je in de stroom met boot aan de peddel hangt? Mijn boot wil verder maar ik wil mijn peddel terug!

Uiteindelijk sta ik bijna bowstallend met twee handen aan de peddel in het water, mijn voorpunt heeft water gepakt, en wordt onder me door naar beneden en stroomaf gedrukt, op een gegeven moment sta ik boven mijn peddel met mijn achterpunt zelfs stroomopwaarts erboven en ervoor, dit lijkt wel vertraagd rekstok zwaaien, Saskia zou trots op me zijn.
Peddel, rots, boot, rivier en ik geven geen krimp. Dit hele feestje duurt tientallen seconden en dan is het duidelijk, dit ga ik niet winnen. Ik verrek het echter om mijn peddel achter te laten, ik kom er in deze kloof waarschijnlijk nooit meer bij en met het reserve peddeltje doorvaren is niet echt aanlokkelijk. Frits ligt achter me en er volgt een grote poel stilstaand water. Ik overleg even, trek mijn spatzeil los stap uit en geef Frits mijn boot mee.

Minimaal een hand blijft altijd aan de peddel (sterk spul man, die Werners). Eenmaal los van de boot is de druk weg en ik kan weer manouvreren.
In het hoekje op een toevallige rotspunt staand kan ik de peddel uiteindelijk met een paar fikse meppen los krijgen en even later zwem ik met peddel naar mijn boot. Mmmmm, is dit nu een zwemmetje? kweenie, maar ik zal maar vast gaan schrijven, ik ga echter zeker geen schoentje doen ;)
Achteraf gezien blijkt dat deze acrobatiek heel wat meer kracht heeft gekost dan je op dat moment denkt. Adrenaline is een mooi goedje, het verdooft van alles. Nu, 5 dagen later heb ik nog steed spierpijn en waarschijnlijk ook wat vezeltjes in de schoudergordel geforceerd of gescheurd. Toch mooi dat je dat op de dag zelf totaal niet merkt.

De passages blijven komen maar worden wel steeds afgewisseld met stilstaand water.

Af en toe moeten we even verkennen maar alles is in de eerste helft goed te doen. De kloof zelf is grandioos, de wanden komen af en toe 2 tot 3 meter bij elkaar en dan strak omhoog. Donkerbruin bemoste wanden vaak zonder zonlicht met watervalletjes die van tientallen meters hoog in de kloof sproeien of storten. Bij het overdragen is het af en toe vrraderlijk glad in de donkere natte delen van de kloof.

Als we boven ons de hoge brug van Cavaglio zien, dan weet ik dat we ongeveer halverwege zijn en dat hoe moeilijkste stuk moet gaan komen. Hier zou je nog ergens naar de weg (100++ hoogtemeters) moeten kunnen, hierna onmogelijk zonder serieus sportklim (7c++++) werk en zonder boot en peddel.

De passages worden steiler, nauwer, onoverzichtelijker en ondanks de lage waterstand weet de Cannobino toch nog wel eens een achterpuntje te pakken.

Op driekwart wordt het nog smaller en steiler, de beroemde dwang passage is overduidelijk, voor ons duikt de Cannobino steil naar beneden, in de verte zien we hem bruisend een verval af en de hoek om denderen. Vroeger kon je deze niet omdragen, nu hebben ze in de wand een aantal haken gezet waarlangs je er omheen zou kunnen klimmen, geen pretje (wel eens een 20++ kilo boot aan je lijf gehangen tijdens het omklimmen?).
Het varen is spannend, maar bij deze waterstand is er eigenlijk niets aan de hand.

Een van de grotere en langere verblokkingen die je vanaf de kant kunt verkennen
Wij varen op de routeplanner van Gert Spilker verder naar beneden (die zei gewoon: "1 zwangspassage und weiter alles machbar", respect!) , maar spannend is het wel, zelfs bij deze lage waterstand. Mozes kriebel, dat ik hier in 1990 ooit achter een paar zwitsers aan naar beneden ben gevaren, toen stond er zeker meer water op (achteraf niet zo heel veel meer hoor,
zie verslag verzasca en cannobino 1991), maar ik kan me deze passage totaal niet herinneren. Beneden zien we elkaar weer en verkennen de volgende passages.

Mooi slide aan het einde van een lange verblokte passage
Een onoverzichtelijk bocht met een verval heeft links een boom waar je wel rechts voor langs moet kunnen schieten, maar het is een tricky route. Frits kan net op tijd stoppen in het keerwater rechts ervoor en haalt ons een voor een naar de kant. We dragen over en via een heel klein hoekje help Frits iedereen weer in de boot (goede opvoeding gehad dat jong, dank Frits!). Maar hoe deze passage wordt met meer water? Dan zal de boom minder lastig zijn, maar toch, is dat keerwater er noch? Geen prettig idee. Probleem is ook dat de bocht erna niet ingezien kan worden, weer zo'n beroemde dwang passage dus. Ik ga als eerste en Frits geeft me een flinke zwiep mee om in de hoofdstroom achter de boom te komen. Ik duik de bocht om en... "vrij!!" roep ik naar achteren. Een lang stuk kloof met rustig water is het vervolg.

Om de bocht achter de boom passage
Een eindje verder duiken we nog onder een boomje die overdwars zit, dat gaat soepel en zal ook bij een hogere waterstand altijd goed gaan, het is een kaal stammetje dus of je rolt er onderdoor of je vaart er vol over, maar hier wil je natoorlijk niet achterover gepind worden voor de boom.

Onder de boom door
Ik heb het gevoel dat we er nu toch bijna moeten zijn. De laatste grote passage voor de laatste drop moet sowieso omgedragen worden, dat is een complete blokkendoos met sifons en meer van dat lekkers. De passage die we nu echter zien blijkt een gevaarlijke boom in de invaart (rechts) te hebben, dat zou best wel eens een dodelijk val kunnen zijn als je erin vaart. Wij dragen links over, steken dan een poel over naar een nauw gootje waar we lichaam en boot niet tegelijk doorheen kunnen krijgen. Hier vraag ik me wel af hoe dit omdraagbaar is bij meer water, uitstappen in het hoekje in nu nog eenvoudig. Eenmaal erover en erlangs komen we er achter dat de volgende passage de sifon passage is die we ook moeten overdragen. Om het hoekje zien we bovenin het kerkje met de brug en wat toeristen.

Instappen na de laatste sifon passage
Harry is helemaal chagrijnig van dat gesjouw en gesjor. Hij lazert ook regelmatig van glibberige blokken af en is niet blij. Frits is ook ergens af gedonderd en heeft een pijnlijke rib, de Cannobino eist zijn tol, dat is wel duidelijk.
Dan springen we onder toeziend oog van de toeristen op de brug bij het kerkje het laatste verval af, dat wordt een heel vies zuigertje met meer water en is 100% dwang passage.
We zijn eruit en duiken uit onze boten de zwempoel onder de kloof in. Het is volbracht. We weten nu hoe hij is, de onderste kloof van de Cannobino!

Team Cannobino
De beschrijvingen kloppen, WW IV-V tot onbevaarbaar (bij onze waterstand wel een maatje makkelijker, maar nog steeds gevaarlijk), meerdere dwang passages (aantal is afhankelijk van de waterstand), er zit her en der wat hout in, niet altijd op de meest handige plaats, je kan er niet uit. Je hebt een groot hart nodig en vertrouwen in eigen kunnen. De beloning is echter een van de meest indrukwekkende kloven van Tessin/Piemonte. Niet groot en wijds zoals een Duitse "Schlucht" maar een echte Duitse "Klamm". Anders dan met een kano kun je hier niet komen.
Ik schat dat we 2 kuub hadden (1 kuub aan het begin, tijdens de tocht komt er een kuub bij), maar kan me vergissen (veel meer dan 4 moet je niet hebben!).
Epiloog: Terug kijkend (na een aantal dagen, alles laten zakken) zou ik deze rivier met een normale waterstand (ik denk dus twee keer zoveel als wij hadden) niet varen. Dat is mijn oordeel, niet zozeer ingegeven door de klinische WW klasse, maar wel door het karakter van de rivier in relatie met het ambitieniveau dat ik thuis nog kan verantwoorden; Je kan er niet uit, over de hele 4 km niet. Doorzwemmen is bij normale waterstand geen veilige optie en er zitten bomen en (zelfs bij laag water) diverse dwang passages in. Conclusie: ik ben heel blij dat we dit bij deze waterstand gedaan hebben om te weten dat ik dit bij een normale waterstand (waarschijnlijk) niet ga doen (ja, ja, de generatiekloof dient zich aan (-;).
Menno

