Veiligheid wildwatervaren

Hoe houd je de risico's onder controle?

Zie ook: Organisatie van wildwatertochten en

Wildwatervaren is een "risico sport". Dat wil niet zeggen dat je meer risico loopt dan bij, bijvoorbeeld, voetballen. Het gemiddeld aantal voetbal blessures zal hoger liggen dan bij wildwatervaren. Het fenomeen "risico sport" heeft vooral te maken met het feit dat wij geen kieuwen hebben (we functioneren slecht onder water (-;) en onze vacht de kou niet goed tegen houdt. Verdrinking en onderkoeling, dat zijn de grootste risico's en uiteraard doen de harde rotsblokken in en om het water ook een duit in het zakje.

De kans dat er iets echt fout gaat is niet zo groot, als het fout gaat kunnen de gevolgen groot en levensbedreigend zijn.  Daarom hieronder een aantal belangrijke veiligheidsaspecten, vooral toegespitst op varen in Eifel en Ardennen in de winter.

Inhoud:

Controle van je ego

Wildwatervaren, daar kies je zelf voor, weet dat het wildwater varen gevaarlijk kan zijn en ga goed met die risico's om. Maak ze niet groter door "macho" gedrag of niet onder te willen doen voor een ander. Uitstappen en omdragen, dat hoort door iedereen gerespecteerd te worden. Laat je dus niet verleiden tot een vaaractie die je niet ziet zitten. 

Spreek ook gerust je vaarmaten aan als je vind dat ze je te veel onder druk zetten. "Chicken", "Chicken" roepen is best leuk om een beetje te dollen, het moet er niet toe leiden dat iemand zich klote gaat voelen omdat hij iets niet durft. Ken je eigen grenzen en respecteer de grenzen van een ander.

Om beter te leren kanon moet je uiteraard eens in de zoveel tijd je grenzen verleggen, dus iets varen wat je daarvoor niet durfde en/of kon. Doe dat zoveel mogelijk in gecontroleerde situaties waarbij je de risico's, als er iets fout gaat, goed in kunt schatten en dat kunt (laten) corrigeren. Beslis niet opeens, zonder je vaarmaten in te lichten, om een moeilijke passage toch te varen. Zij moeten klaar kunne nstaan om te helpen.

Terug naar de inhoud

Conditie

We varen regelmatig tochten van 5 uur, lopen daarbij regelmatig te sjouwen met boten om en over bomen, klimmen een keertje een kloofje uit en dat allemaal bij 5 a 6 graden boven nul. Een goede conditie is dan gewenst. Heb je die niet, dan raak je sneller vermoeid, verbruik je meer energie, koel je eerder af en maak je eerder fouten.

De gezellige avonden in de Ardennen en Eifel, tot diep in de nacht wordt er doorgekletst en gedronken, kunnen je op het water ook parten spelen. Tekort aan nachtrust en overmatig alcohol gebruik gaat ten koste van je conditie, met weer alle risico's van dien.

Is je vaarconditie niet op orde? Vaker varen, ook op vlakwater. Of vraag een trainingsschema aan Maarten Holdrinet, die heeft nog wel een paar leuke beulprogramma's liggen (-;) Zonder gekheid: gewoon vaker gaan varen!

Terug naar de inhoud

Rivierkeuze

Kies de rivier die bij de vaargroep en omstandigheden past. Heb je er veel beginners bij, kies dan geen "bomen" rivier als Dhron of Baybach in de Eifel. Is een Ardennen of Eifel rivier wildwater klasse II en staat hij bekend om het grote aantal bomen over en in de rivier, tel dan gerust een WW-graad er bij op. Veel rivieren in de Eifel hebben een WW classificering van WW I+, dat wil nog steeds niet zeggen dat het een beginners rivier is. Een smalle bovenloop met scherpe bochten, prikkeldraad en bomen is alleen weggelegd voor gevorderde vaarders. Een brede "open" WW II rivier kun je dan nog beter gaan varen met beginners.

Ga je een onbekende rivier varen? Lees je in, via de WW-gidsjes, op internet, zorg voor een gedetailleerde kaart zodat je in kan schatten hoe de omgeving in elkaar zit, neem die kaart mee in je waterdichte zak.  Zorg dat je voldoende speelruimte hebt op de dag zelf.

Terug naar de inhoud

Lengte van het traject

Klassiek zijn de tochten die uiteindelijk eindigen in een aankomst in het donker. Mooi voor de verhalen aan de bar maar natuurlijk absoluut niet verantwoord. In de schemer zijn de bomen en verblokking amper meer in te schatten.

Zorg dus dat je voldoende speling hebt aan het einde van de dag en probeer minimaal een uur tussen vaareinde en schemering te plannen. In december en Januari moet je dus plannen op een aankomt voor 16.00 uur. Reken voor een onbekende moeilijkere (bomen) rivier  op 2.5 km / uur. Probeer het traject dus niet te ver boven de 10 km te laten komen en vertrek desnoods een uur eerder. 

Bekendere trajecten als Boven Lesse, Salm, Rur, Lieser, Ussbach kunnen uiteraard wat krapper gepland worden. Maar ook daar kun je altijd een ongepland oponthoud hebben waardoor dat uur voor de schemering altijd van pas kan komen.

In Belgi moet je sowieso om 17.00 uur van het water af zijn. In de Eifel let dat, dacht ik, wat minder nauw.

Vertrouw je er niet voor 100% op dat je het traject in de beschikbare tijd kunt varen, kort het dan in of zet een extra auto op een uitstappunt halverwege of op driekwart van de tocht. Dan kun je altijd nog besluiten om daar voortijdig uit te stappen.

Kom je toch een keer in de schemering of daadwerkelijk in het donker uit: Lopen is over het algemeen veiliger dan varen. Stap uit en draag de boten naar de dichtstbijzijnde weg. Nu komt die gedetailleerde kaart die je in je waterdichte zak hebt gestopt van pas (-;)

Terug naar de inhoud

Boot

Zorg voor een boot waar je mee overweg kunt en pas de vaarstijl aan, aan je boot. Te vaak maken we mee dat een vaarder met een rodeoboot of met alleen maar een flink plat achterdek een boom probeert te overmeesteren waar anderen met een Taifun Canyon soepel overheen gegleden zijn. Een flip achterover met risico op een achterwaartse pin kan dan het resultaat zijn. En zoals al eerder gezegd, wij hebben geen kieuwen!

Korte bootjes en/of platte achterdekken zijn echt minder geschikt voor het overvaren van bomen, vraag maar een Cees en Teun. 

Zorg uiteraard voor een drijflichaam in achterpunt, liefst ook voor de voetsteun. Het wordt lastig met die korte bootjes maar een volle boot is razend lastig naar de kant te varen, ook in de Ardennen of Eifel.

Zie hierover ook onderkoeling

Terug naar de inhoud

Peddel

Zorg dat er een paar deelbare reservepeddels mee zijn. Zeker als je rivieren vaart waar de weg alleen maar op begin- en eindpunt bij de rivier komt. Met een gebroken peddel doorvaren is echt lastig en kan gevaarlijk zijn. Bij onze laatste tocht op de Dhron waren we dolblij dat Coen een deelbare peddel bij zich had. Met de korte bootjes van tegenwoordig is een in drien deelbare peddel waarschijnlijk het enige die past.

Voor de Canadees vaarders: denk ook aan een reserve steekpeddel, desnoods deelbaar.

Zie hierover ook Organisatie Wildwatertochten

Terug naar de inhoud

Werplijn

Een absolute noodzaak, ook in de Ardennen en Eifel. Iedereen die het beginners stadium voorbij is hoort een werplijn in zijn boot te hebben. Voor de verdere theorie van de werplijn verwijs ik naar de kano literatuur op internet en in de boekhandel.

Het belangrijkste is echter: Zorg dat je ermee oefent en na gebruik de lijn goed oprolt in de zak. Een werplijn moet altijd gebruiksklaar zijn.

Kom je een onoverzichtelijk stuk tegen en moet je verkennen, pak dan altijd je werplijn mee uit je boot, klik hem met een karabiner aan de schouderbeugel van je zwemvest en ga daarna pas verkennen. Zo heb je de lijn altijd bij je als je nodig mocht hebben om een passage af te zekeren een zwemmer te redden of een boot onder een boom uit te slepen.

Zie hierover ook Organisatie Wildwatertochten

Terug naar de inhoud

Verbanddoos

Hiervoor geldt hetzelfde als de werplijn, beginnerstadium voorbij, dan heb je altijd een verbanddoos bij je. Daar zit ook een reddingsdeken in en het alarmnummer van het gebied waar je vaart. Dat is nagenoeg overal in Europa 112. Zie ook alarmnummers

Zie hierover ook Organisatie Wildwatertochten

Terug naar de inhoud

GSM

Het kan natuurlijk helemaal geen kwaad om in minimaal 2  GSM's mee te nemen. Gebeurt er iets onderweg en moet iemand lopend of varend hulp gaan halen, dan is onderling contact mogelijk. 

Krijg je een serieus ongeluk, dan kan om hulp gebeld worden. Dat is nagenoeg overal in Europa 112. Zie ook alarmnummers

Denk er wel aan: In Ardennen, Eifel en Hunsrck heb je lang niet overal ontvangst! Een GSM mee, dat kan ook een schijnveiligheid zijn. Maar beter mee dan om verlegen, zullen we maar zeggen. 

Voor het wat extremere expeditie werk waar je op korte afstanden van elkaar het zicht en spraak contact verliest, dan wordt het gebruik van Wallekie Tallekies een optie. Voor Eifel en Ardennen lijkt dit overdreven.

Terug naar de inhoud

Cowtail

De koeienstaart, die flexibele band aan je zwemvest (zwemhulp, om correct te zijn) en een grote karabiner aan het einde is een godsgeschenk als je een flink eind door weilanden of bossen moet omdragen. Ter voorkoming van beurse schouders klik je de karabiner aan de grijplus of beugel van de boot en sleept hem zo achter je aan. Botst de boot bij iedere stap tegen je kuiten omdat de cowtail net te kort is? Zet de band van je zwemvest, waar de karabiner aan vast zit, op de uiterste stand zodat de cowtail meer lengte krijgt.

Een gruwel voor de puristen! Daar is die cowtail toch niet voor? Nee, dat klopt, een cowtail is bedoeld om boten of peddels  te slepen. Speciaal voor het slepen van peddels zijn er grotere karabiners zodat deze om de steel van een peddel past.

Ook hier weer: slepen met cowtail vereist oefening. Oefen het dus een paar keer en probeer ook maar eens uit wat het betekent om een volle boot met een cowtail te slepen. Tip: probeer het eerst maar op rustig stromend water (-;)

Daarnaast is het van belang om niet overal zomaar een boot aan je cowtail te hangen. Je kunt het eigenlijk alleen maar veilig gebruiken op grote open rivieren. Bij verblokking wordt het gevaarlijk. Als zo'n boot blijft steken en het stroomt een beetje dan kom je zelf snel in de problemen. De cowtail lostrekken is dan een reflex die er goed ingesleten moet zijn wil je zonder kleerscheuren weg komen. Je kunt een boot bijna altijd beter naar de kant bulldozeren, dat vereist wat meer techniek, maar is veiliger voor jezelf. En, by the way, het is en blijft maar een boot...

En het belangrijkste! de cowtail zit vast om de band van je zwemvest. Trek je voor de sluiting los, dan moet de cowtail wet weinig moeite los te trekken zijn. Kom je dus in de problemen met een volle boot aan je cowtail? Trek de sluiting van de band van je zwemvest los en je bent van dat vrachtje verlost. 

En dan nu het allerbelangrijkste: test of de cowtail daadwerkelijk loskomt als je de sluiting voor op je zwemvest lostrekt.

Terug naar de inhoud

Kleding

Zie hierover ook Organisatie Wildwatertochten. Kleding moet berekend zijn op de temperatuur van het water en de omgeving. Liever te veel aan dan te weinig. 

Zorg dat je in najaar, winter en voorjaar, op koude dagen, een (bad)muts onder je helm hebt. Deze voorkomt veel warmteverlies via je hoofd (30% van alle warmte verlies geschiedt via je hoofd). Met een muts onder je helm voorkom je dat je teveel energie verliest en verklein je dus het risico op onderkoeling.

Terug naar de inhoud

Voedsel

Ben je door je energie reserves heen? Dan wordt je zwakker, krijg je het koud en ga je eerder fouten maken. 

Zorg dus dat je voldoende koolhydraten binnen krijgt. Doe dit vooral vooraf aan de tocht. Stevig  ontbijten is het allerbeste middel. Gelukkig hebben we als Batavier een paar uitstekende ontbijt specialisten. De kant op voedseltekort op een Staay weekeinde is erg klein. Voor tijdens en na de toch wordt je volgestopt met voedsel. Koesteren die man!

Zorg altijd voor voldoende reservevoedsel in waterdichte zak en een handvoorraad in een zak van je zwemvest, marsjes, Muesli repen, vette worst, ga zo maar door. Als je toch soep maakt op zaterdagavond, maak dan maar te veel. Dan kan dat de volgende dag opgewarmd mee in de thermoskan (met dank aan Teun).

Andere tip: Kokend water in een thermoskan en dan een rookworst erin. Heerlijk voor onderweg.

Nog een tip: sommige, bijna onderkoelde, Batavieren prefereren het de inhoud van een thermoskan in hun surfpak te gooien. Opmerkingen daarbij: test de temperatuur vooraf, doe dit niet met soep en deze techniek is niet geschikt voor droogpakken.

Terug naar de inhoud

Groepsgrootte

Kies de juiste groepsgrootte, deze wordt hoofdzakelijk bepaald door de rivier. Op relatief brede en bekende beken als Boven Lesse, Boven Rur, Lieser, Nims en Ussbach kun je gerust een groepsgrootte van 6-8 vaarders aanhouden. De rivier is bekend, je kent de moeilijke plekken, er zijn voldoende keerwaters om te stoppen zonder elkaar in de weg te liggen.  

8 vaarders per groep is bijna altijd het maximum, in Belgi zelfs bij "Wet" geregeld. Is een groep groter, dan verliest de voorvaarder het overzicht, heeft geen contact met de "staart" van de groep en kan de veiligheid niet meer garanderen. Hij weet niet meer wat er achterin gebeurt.

Op snelle, bochtige bovenlopen met kleine keerwaters en veel bomen is een groep van 4 a 5 vaarders het best. Voorbeelden daarvan zijn de bovenloop van de Dhron, de Kleine Kyll, de Hulle (helaas, mag niet meer).

Worden rivieren nog extremer, denk aan de Endert of Hogne (helaas mag niet meer) dan is een team van 3 man ideaal. Er zijn bijna geen keerwaters, de rivier dendert naar beneden, je ligt elkaar alleen maar in de weg.

Groepen onderling moeten zorgen voor voldoende afstand zodat in de moeilijke stukken de groepen niet als een harmonika in elkaar schuiven, met alle gevolgen van dien (alle keerwaters warten vol en toen ben ik maar gewoon op die boom afgegaan...)

Terug naar de inhoud

Groepsindeling

De meest zekere vaarder vaart voorop. Dat hoeft niet te zijn omdat het de beste vaarder is, het kan ook diegene zijn die de rivier het beste kent. Belangrijkste is dat de voorvaarder nooit in de problemen komt en alle situaties goed weet in te schatten. De voorvaarder bepaalt het tempo en de route, geeft aan wanneer er verkend en of omgedragen moet worden . 

Daar moet je van tevoren dus groepsafspraken over maken. Je vaart de voorvaarder dus nooit zonder toestemming voorbij.

Een andere zekere vaarder vaart als laatste. Dat is het slot op de deur, de stofzuiger, de herdershond. Deze zorgt ervoor dat de groep bij elkaar blijft. De achtervaarder en voorvaarder houden zoveel mogelijk oogcontact. Dat is het team dat ervoor zorgt dat de gehele groep veilig door de rivier geloodst wordt.

Ook als je met een groep gelijkwaardige vaarders vaart zijn deze afspraken van belang. Regelmatig komt het voor dat in zo'n groep andere vaarders voorop gaan. Dat kan zin om de kick van "een onbekend stuk voorvaren" te beleven. Daarover moet je echter wel eerst afspraken maken. De voorvaarder heeft de plicht de veiligheid van de groep te waarborgen terwijl een "incidentele" voorvaarder de nijging heeft een interessante wals in te duiken of een anderszins moeilijke passage "uit te proberen".

De verdeling tussen voor en achtervaarder spreek je ook zoveel mogelijk af, maar let meestal minder nauw. Zijn er voldoende ervaren vaarders en is de rivier lastig, vaar dan met 2 ervaren vaarders voorop om snel moeilijke passages (bomen) af te zekeren voor de rest van de groep.

Terug naar de inhoud

Signalen

Kun je ook eeuwen over theoretiseren. Belangrijkste is: de voorvaarder spreekt de signalen af. De rest van de groep reageert op die signalen en geeft ze daar wanneer nodig. Universele basis signalen zijn:

Stop: raise your paddle overhead, parallel to the water, and pump it up and down. This can also be done by holding your arms out to your sides to form a "T" and waving them up and down slightly. The "all stop" signal is best used by a leader or scout to control a group of boaters and warn them about a potential hazard ahead. According to AW, after the stop signal is shown, other paddlers should "wait for all clear' before proceeding."All clear: raise your paddle blade (or a single finger) directly overhead, perpendicular to the water. For better visibility, AW suggests turning the paddle blade flat to increase the surface area. Use the "all clear" to restart progress after a stop, or to direct the rest of your party to a preferred course (the best line through a rapid, for example, or around an obstacle). "Lower the previously vertical all clear' by 45 degrees toward the side of the river with the preferred route," they say. "Never point toward the obstacle you wish to avoid." (Make sure everyone in the group understands this before you hit the water.)Help/emergency: To signal distress on the water, you can either hold your paddle vertically and wave it back and forth; or do the same with a helmet, PFD, or a hand. If you have a whistle available, give "three long blasts" while waving to be sure you attract attention. The emergency signal, understandably, isn't set in stone, but as long as you signal with three whistle blasts and a wave you should be understood.I am OK: repeatedly pat the top of your head to let the rest of the group know that you're OK and ready to continue on. These visual signals are designed to help paddlers stay in contact on the water and be safe when working their way through rapids. Keep in mind, however, that personal responsibility is still the key to safe paddling. Solid communication skills may help you out of a lot of sticky situations, but they are no substitute for knowing your limits and brushing up on those fundamental paddling skills. 

Aanvullend:

  • Links varen, rechts varen: de voorvaarder wijst naar links respectievelijk rechts
  • Sneller varen: de voorvaarder maakt snelle draaibewegingen met z'n handen, of demonstreert met peddel in de handen, door peddelend, dat je tempo moet maken
  • Een kruis maken met handen en/of peddel betekent: onbevaarbaar

Een fluit kan zeer goed dienen om de attentie te krijgen van vaarders die wat verder weg zijn. Een stoot betekent: H, aandacht. 3 lange stoten achter elkaar betekent Noodgeval, help!

Ook mogelijk, maar dan wel goed van tevoren met elkaar afgesproken: 1 stoot op de fluit: Stoppen!  2 stoten op de fluit: Komen!  Zonder duidelijke afspraken vooraf: fluit = attentie, gevaar!

Tip: gebruik de standaard signalen, maar spreek ze wel vooraf met elkaar door.

Terug naar de inhoud

Varen

h, h, eindelijk. Al dat gezwam over veiligheid! Hier doen we het voor, gewoon lekker varen!

Tips:

  • Houdt afstand, minimaal 5 x je bootlengte. 
  • Kijk voor je een keerwater uitvaart altijd even stroomopwaarts, komt er iemand aan, geef hem dan voorrang!
  • Houd je aan de regels van de voorvaarder
  • Draag om als je het niet vertrouwd
  • Bomen zijn gevaarlijk, verken ze voordat je ze "bevaart"
  • Als je vaart, zorg dat je weet waar je naartoe vaart, vaar dus met een plan
  • Dobber niet, maar vaar sneller dan de stroming
  • Kun je ene bocht niet overzien, pak dan een keerwater vanwaar je de bocht in kan zien, is die er niet, stap dan uit om te verkennen

HAVE FUN!

Terug naar de inhoud

Links:

http://www.americanwhitewater.org/archive/safety/safety.html

http://www.princeton.edu/~oa/paddle/rivplan.shtml

 

Menno